Van de 15 kerndoelen voor de gemeente Rotterdam heeft het college er zes behaald na vier jaar. Dit concludeert de Rekenkamer Rotterdam bij de eindbeoordeling voor de periode 2022 – 2026 over deze kerndoelen, de zogenoemde collegetargets. Verder zijn vijf targets bijna gehaald en vier targets zijn niet gehaald. ‘De Rotterdamse traditie om targets te stellen moeten we koesteren. Zo kunnen raad, college en burgers zien of woorden echt leiden tot daden’, zegt Sjoerd Keulen, directeur van de Rekenkamer Rotterdam.
Collegetargets zijn kerndoelen die het college van Burgemeester en Wethouders in Rotterdam aan het begin van elke collegeperiode vastlegt. De targets gaan over grote onderwerpen als veiligheid, jeugdpreventie en het terugbrengen van CO2-uitstoot. Ook gaan ze over heel concrete zaken, zoals het aantal afvalzakken dat naast de container terechtkomt of het aantal mensen in de bijstand.
Het lukt al bijna 25 jaar niet om in een collegeperiode meer dan de helft van de doelen te halen, becijferde de rekenkamer. Sinds 2002 blijken de verschillende colleges steeds tussen de 25% en 47% van de targets te halen. In de huidige collegeperiode is dat 40%. De rekenkamer heeft niet onderzocht waarom sommige targets nu niet zijn behaald. Mogelijk komt dit door externe factoren of doordat de gemeente onvoldoende invloed op de target heeft. Externe factoren noemt het college in zijn toelichting soms zelf ook als reden. ‘Politiek moet ambitieus zijn. Jarenlang zelfgestelde doelen niet halen kan echter leidden tot cynisme en zo het vertrouwen in de politiek ondergraven’, zegt Sjoerd Keulen.
Het is voor het eerst sinds 2002 gelukt om alle doelen zó te formuleren, dat ze goed te gebruiken zijn. Doelen zijn meet- en controleerbaar. Dat vindt de rekenkamer belangrijk. Het maakt de verwachtingen en planning duidelijk, maakt de voortgang op de doelen zichtbaar en maakt inzichtelijk wanneer doelen wel of niet zijn gehaald. Zo weten gemeenteraad en burgers hoe het gaat met het behalen van de doelen. Bij de opzet van nieuwe collegetargets is het volgens de rekenkamer belangrijk om hierop te blijven letten.
Voor de volgende collegeperiode raadt de rekenkamer ook aan om realistische doelen te stellen. Dat betekent dat de doelen bereikt moeten kunnen worden met het geld dat de gemeente ervoor heeft en haar maatregelen. Doelen moeten gaan over zaken die de gemeente echt zelf kan beïnvloeden. Het is daarnaast belangrijk dat het volgende college meer rekening houdt met externe factoren.
‘Beleidsprogramma’s te vaak zonder helder doel’
De ‘Staat van de Stad’, een onderzoek waarin het college de kwaliteit van leven in Rotterdam al monitort, kan nog veel beter benut worden om vast te stellen of Rotterdammers iets merken van het werk van de gemeente. Dat geldt niet alleen voor de nieuwe kerndoelen, maar voor al het gemeentelijk beleid. ‘Ik hoop dat de energie die het college steekt in het meten van kerndoelen overslaat op de rest van het beleid. Te vaak zijn er nog grote beleidsprogramma’s zonder helder doel. Daardoor weten wij niet of het college doet wat het belooft en of publiek geld zinvol wordt besteed’, aldus Sjoerd Keulen.
In het rapport ‘Targets tellen: eindbeoordeling collegetargets 2022-2026’ staat welke targets wel en welke niet zijn gehaald. Ook staan daarin alle conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer voor het college. Aan het begin van deze collegeperiode beoordeelde de rekenkamer ook de opzet van de targets (https://rekenkamer.rotterdam.nl/onderzoeken/targets-tellen/) en halverwege de collegeperiode de tussentijdse mijlpalen (https://rekenkamer.rotterdam.nl/onderzoeken/targets-tellen-tussentijds/).